becomeAMember.title

becomeAMember.description

Hoeveel Makro’s nog alvorens er iets gebeurt? Laat ons eindelijk eens over de handel praten!

22/09/2022 | FR / NL

De handel is een sector onderhevig aan transformatie: digitalisering, veranderende beroepen, e-commerce, internationale concurrentie, herstructureringen, franchise, circulaire economie, korte keten, tweedehandswinkels, ... De gewoonten van de consument veranderen. Ook de prijzenoorlog en stijgende energiekosten spelen een rol in de moeilijkheden waarmee de sector te kampen heeft. En dan komt dit er nog bovenop: de sector trekt geen nieuwe talenten meer aan op een steeds krappere arbeidsmarkt.

Deze vaststelling over de moeilijkheden van de sector is niet nieuw. De BBTK heeft vooral de indruk dat de werkgevers helemaal niet diepgaand en zonder taboes willen praten over de toekomst van een sector met honderdduizenden werknemers en met bovendien een groot potentieel aan lokale werkgelegenheid voor mensen die hun loopbaan met beperkte kwalificaties aanvangen.

Als we horen wat de rechtervleugel van de regering zegt over de te bereiken werkzaamheidsgraad, wordt het tijd dat ook de werkgevers van de sector hun steentje bijdragen om verder kwaliteitsvolle jobs te blijven ontwikkelen waar werknemers ook écht kunnen van leven. 

Al meer dan drie jaar vragen wij een rondetafelgesprek met alle sociale gesprekspartners van de productieketen om over de toekomst te praten. Er was vorig jaar een datum voorzien, maar die werd geannuleerd door Comeos (de werkgeversvertegenwoordiger van de handel en diensten). De situatie van de sector, de evolutie ervan en de uitdagingen waren blijkbaar niet acuut genoeg... 

Een nieuwe datum werd vastgelegd op 26 september 2022. Tot op vandaag is er geen programma vastgelegd en is er discussie over wie aan dit gesprek mag deelnemen. Het zou bijvoorbeeld nuttig zijn om de logistieke sector, de vertegenwoordigers van de zelfstandigen, die van de e-commerce, ... uit te nodigen. Maar voor Comeos zou gewoon een vergadering tussen sectorale woordvoerders van de sector volstaan. Helaas is het allemaal voer voor discussie nog voor het gesprek start. De BBTK vindt dat iedereen die betrokken is in de productieketen het verdient om van zijn werk te kunnen leven en dus een plaats aan tafel verdient. Van landbouwer tot consument: de handel gaat ons allen aan!

Wij vrezen dan ook dat dit gekibbel over wie aanwezig moet zijn een zoveelste rookgordijn is. Nochtans trekken wij al jaren aan de alarmbel en vragen wij naar dit ruime debat over de toekomst van de sector omdat de impact van al deze veranderingen in de eerste plaats de werknemers treft. Ondertussen blijft de handel onder druk staan, nemen de herstructureringen toe, wordt de tewerkstelling onzekerder en verlaten werknemers de sector omdat ze er niet meer van kunnen leven.

De coronacrisis was erg zwaar voor de werknemers van de handel. De druk op hen was enorm want er moest zoveel mogelijk verkocht worden. Gefrustreerde klanten lieten zich van hun slechtste kant zien en door problemen met de toevoer waren de rekken vaak leeg. Terwijl de rest van het land thuis moest blijven, waren het onder andere de mensen van de handel die elke dag onder het volk moesten komen en “de vrede bewaren” om de producten op tijd geleverd te krijgen. Werknemers stonden zonder enige bescherming op de werkvloer en de werkgevers toonden geen enkele waardering met hun weigering om tot een sectorale oplossing te komen. Ook voor de veiligheid van de werknemers hebben we dus moeten knokken! De coronacrisis zorgde tegelijk ook voor de ware doorbraak van e-commerce. Een beweging die onomkeerbaar is, maar verregaande gevolgen heeft ver buiten de handel.

E-commerce houdt de klanten meer en meer weg uit de fysieke winkels. Dat is niet zonder impact op de arbeidsvoorwaarden. De personeelsnorm wordt namelijk berekend in verhouding tot de omzet die een winkel haalt. Minder omzet betekent dus minder personeel, maar geen sprake van dat de échte bazen van de handel, namelijk de aandeelhouders (die vaak geen handel meer drijven), hun dividenden zullen opgeven om de tewerkstelling te verzekeren. Het probleem is echter dat de werklast in de winkel niet daalt. Of er nu 50 of 100 klanten passeren, de winkel moet op orde gehouden worden en aantrekkelijk blijven, en daarvoor is - ongeacht de omzet - een minimum aantal mensen in de winkel nodig. Daar zitten we overal op de limiet! 

En dat zien we wel vaker: de werknemers als eeuwig aanpasbare variabele om toch maar meer geld te verdienen. Zo zien we bijvoorbeeld zelfs tijdens deze ongeziene energiecrisis bijna geen enkele winkel moeite doen om energie te besparen of om ecologischer te worden. Het zijn de werknemers die dergelijke thema’s in de ondernemingsraden moeten aanbrengen. Het gaat hier om miljoenen die gewoon in rook opgaan.

Behalve wat de winkels voor hen opbrengen, telt België voor de grote internationale groepen niet mee. Er resten nu nog maar een beperkt aantal ketens waar de beslissingen echt in België worden genomen. Onze specifieke kenmerken worden niet gerespecteerd en het sociaal overleg – dat zo waardevol is en zo breed gedragen wordt – wordt gezien als een last. De werkgeversvertegenwoordigers die we elke dag ontmoeten, hebben geen beslissingsbevoegdheid. Ook zij voeren slechts uit wat er van hogerop beslist wordt. Veel bedrijven zien het stilaan als een luxe om een HR in België te hebben. Al te vaak zijn de te bereiken doelstellingen niet aangepast aan de realiteit en de specifieke kenmerken van ons land.

De consument die anders winkelt, heeft dus een effect op de arbeidsvoorwaarden van de werknemers, maar zorgt ook voor de ontwikkeling van een hele reeks substatuten. Ondertussen zijn we ons er allemaal wel van bewust dat de koerier die ons pakje aan huis levert, zelden een echte werknemer is met een arbeidsovereenkomst die hem toelaat fatsoenlijk te leven. De impact reikt verder dan je zou denken. 

Het gaat voorlopig niet om een verplaatsing van tewerkstelling van de ene sector naar de andere. Er ontstaan steeds meer mini-jobs die hoogstens een aanvulling op iets anders kunnen zijn. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld de korte keten. Denk maar aan hoevewinkels, een lovenswaardig concept, maar dit genereert in de eerste plaats meer (broodnodig) inkomen voor de landbouwer. Er ontstaan geen extra jobs.

We zien ook dat de consument ecologischer gaat winkelen. De verkoopcijfers van tweedehandsproducten zijn in dat verband veelzeggend. Dit parallelle circuit kende de afgelopen jaren een ware boom met een omzet van bijna 1,5 miljard euro vorig jaar. Zo lopen er ook al projecten waarbij tweedehandsgoederen in de supermarkt te koop zijn. Ook dat is lovenswaardig, maar zorgt opnieuw niet voor de creatie van kwaliteitsvolle jobs.

Dat de consument anders winkelt, is een feit en is ook begrijpelijk. De meeste gezinnen willen besparen waar ze kunnen en we zijn ons bewuster dan ooit van de impact van onze consumptie op het klimaat. De tijd van de gigantische supermarkten lijkt achter ons te liggen en maakt plaats voor een nieuwe tijd met kleinschaligere winkels, bij de producent en zelfs online. Dat hoeft geen slecht nieuws te zijn. De vraag is hoe we een oplossing vinden voor de werknemers, hoe we de veranderingen omkaderen en er als verantwoordelijke spelers mee omgaan. We vrezen dat we aan de vooravond van een reeks herstructureringen staan. Makro is de eerste maar er zullen er ongetwijfeld nog volgen. Ook de bedrijven kijken niet veel verder dan het volgende boekjaar. 

Welke toekomst kunnen we de werknemers dan bieden? De werknemers hoeven deze verandering niet zomaar te ondergaan. We moeten kijken welke omscholingen er mogelijk zijn. Welke partnerschappen met andere sectoren kunnen we aangaan? Zo zouden we werknemers van de handel, mits opleidingen, kunnen tewerkstellen in de logistiek voor e-commerce.

De BBTK vraagt ook een harmonisering van de paritaire comités van de sector. Het geïntegreerde winkelmodel (winkels die deel uitmaken van de juridische entiteit van het merk) staat steeds meer onder druk. Werknemers komen soms van de ene dag op de andere in een nieuw, minder voordelig paritair comité terecht omdat er een kunstmatige ingreep plaatsvond of omdat een winkel overgenomen wordt. Al 25 jaar vragen wij naar een debat over de bevoegdheidsgebieden van de paritaire comités van de handel (op dit ogenblik zijn er vijf). Twee zou volgens ons moeten volstaan met daarin wel een duidelijke plaats voor e-commerce. Onze syndicale aanwezigheid in de kmo’s versterken zal van essentieel belang zijn.

Terwijl wij de voorbije jaren pleitten voor een rondetafelgesprek over de handel, kregen we in de kranten steeds maar weer de eisen te lezen die de werkgevers voor de sector stellen: nachtwerk, afschaffing van de wekelijkse rustdag, ruimere openingsuren, steeds meer studentenwerk… 
In veel gevallen zijn de regeringen ingegaan op hun vragen: experimenten met nachtwerk zonder omkaderende cao’s (en dus zonder sociaal overleg), invoering van flexi-jobs en uitbreiding van studentenwerk waardoor deeltijdse werknemers geen contractverhoging krijgen, annualisering van de arbeidstijd, wijziging van de wetgeving inzake toeristische zones waardoor zondagswerk ingang kan vinden, …

Ondertussen evolueert de sector (vooral in negatieve zin) en komen de vakbonden hoogstens van pas om de boel te komen redden als er zich drama’s voordoen. Als we niet opletten, is de wet op de PGR trouwens een prachtig en vooral asociaal instrument om “legitiem” sociale achteruitgang door te voeren, onder het mom van vrijwaring van de bedrijfsactiviteit en bescherming tegen schuldeisers. 

Digitalisering, doorgeslagen polyvalentie, flexibiliteit en de herstructureringen die we zullen meemaken moeten ons doen nadenken over collectieve arbeidsduurvermindering. Zo kunnen we meer mensen aan het werk zetten, het werk beter verdelen en het statuut van deeltijdse werknemers verbeteren. In plaats van steeds op zoek te gaan naar de grenzen van flexibiliteit (onder andere ook in de vorm van studentenjobs en flexi-jobs) en de werknemers tot het uiterste te drijven, moeten we zorgen dat er échte jobs bijkomen. Jobs waarvan men kan leven, met onderhandelde flexibiliteit en polyvalentie. 
Ook levenslang leren moet één van de oplossingen zijn om werknemers binnen de sector te houden.

Werknemers aantrekken én behouden zal ook één van de uitdagingen van de toekomst zijn. Werkgevers moeten stoppen met denken dat werknemers pionnen op een schaakbord of wegwerpproducten zijn. Goede contracten, dat is de oplossing!

Als vakbond willen wij alles in het werk stellen om dat waar te maken en om de tewerkstelling een boost te geven. Wij roepen de werkgevers dan ook nogmaals op tot een écht gesprek waar we tot de kern van de zaak gaan. Waar wachten ze op: de volgende herstructurering? Het is tijd om eindelijk rond de tafel te gaan zitten!